Twee beleggingscategorieën
Een degelijke beleggingsportefeuille kan worden opgebouwd uit twee beleggingscategorieën: breed gespreide aandelen en kortlopende staatsobligaties in euro’s. Aandelen zorgen voor het rendement (en het bijbehorende risico) en staatsobligaties voor het aftoppen van het risico dat de belegger niet wil of kan nemen.

Eenvoud loont
Het algemene gebruik van vermogensbeheerders en beleggingsexperts om ingewikkelde portefeuilles samen te stellen bestaande uit een grote variëteit aan beleggingscategorieën leidt vaak niet tot superieure beleggingsresultaten. Een particuliere belegger die vanaf 1993 een eenvoudige portefeuille had aangehouden bestaande uit 50% wereldwijd gespreide aandelen en 50% kortlopende staatsobligaties in euro’s, zou per medio 2009 het ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland met talloze specialisten, verslagen hebben.

Basisportefeuille

Een basisportefeuille met 60% aandelen en 40% obligaties ziet er als volgt uit.

 

 Weging 

 Totale Jaarlijkse Kosten

Wereldwijd aandelenindexfonds 

 60%

 0,50%

Kortlopende staatsobligaties in euro’s

 40%

  0,30%

Totaal

  100% 

  0,42%


Opmerkingen

  1. In plaats van een wereldwijd beleggend aandelenindexfonds kan ook gekozen worden voor een Europees beleggend aandelenindexfonds. Ook een combinatie van wereldwijd en Europees is mogelijk (bijvoorbeeld 50-50).
  2. Voor de staatsobligaties kan de belegger kiezen uit individuele obligaties (alleen 0,1% à 0,2% bewaarkosten) of een obligatie-indexfonds (0,3% kosten).
  3. In plaats van of naast kortlopende staasobligaties kan de belegger ook spaargeld opnemen. Het voordeel van spaargeld is dat een belegger geen effecten hoeft te verkopen wanneer hij plotseling geld nodig heeft.


Kern-periferieaanpak
Een belegger die een basisportefeuille van 60% aandelen en 40% obligaties wil inrichten op een manier dat 80% passief en 20% actief wordt belegd, komt op een portefeuille die er als volgt uitziet.

 

Weging 

 Totale Jaarlijkse Kosten 

Wereldwijd aandelenindexfonds 

 40%

  0,50%

Kortlopende staatsobligaties in euro’s

 40%

 0,30%

Actieve beleggingen

 20%

   >2%

Totaal

 100%

  >0,72%


N.B. De actieve beleggingen worden beschouwd als risicovol en daarom gerekend als behorend bij de 60% aandelenportie.

Opmerkingen

  1. Het actieve deel wordt geacht minstens zo risicodragend te zijn als aandelen. Vandaar dat de 20% van de waarde van de portefeuille die actief belegd wordt in mindering gebracht wordt op het aandelengedeelte van de basisportefeuille.
  2. Het actieve deel kan uit een grote verscheidenheid van beleggingen bestaan, zoals individuele aandelen, aandelen van kleine bedrijven (‘small cap funds’), aandelen in opkomende markten (‘emerging market funds) , waardeaandelenfondsen (‘value funds’), landenindexfondsen, sectorindexfondsen, opties en turbo’s, hedgefondsen etc. De Totale Jaarlijkse Kosten hangen af van de betreffende kostenratio’s van de gebruikte beleggingsfondsen en van de frequentie waarmee op de beurs gehandeld wordt.